zondag 9 augustus 2009

Zondag 9 augustus. Een dagje de toerist uithangen.

Vandaag stond eerst Peggy’s Cove op het programma. Volgens de gids is dit een van de meest gefotografeerde plekken van Canada. Dat klinkt natuurlijk verdacht, maar het is een “must aan de kust”. We overnachtten er een uurtje vandaan, en dan ga je er even langs. Nietwaar?

Twee bussen Japanners en een bus Amerikanen! En twee forse parkeerterreinen die gelukkig nog grotendeels leeg waren.

Geen onaantrekkelijke plek hoor, maar zo spectaculair om er voor uit Japan te komen vliegen? Want verder zijn we de Japanners nog alleen in Quebec tegengekomen.

Maar we willen jullie dit plekje natuurlijk niet onthouden, vandaar de foto.

Er stond nog een toeristtenuitstapje op de “must aan de kust” lijst, Lunenburg. Om er te komen namen we niet de snelweg, maar zoals al vele dagen de kustweg. Ook hier een mooie kust, maar duidelijk anders dan ten oosten van Halifax. Daar was de kust grotendeels onbewoond, hier zijn veel meer baaien en staan her en der huizen op de meest mooie plekken. De kust is hier kennelijk meer beschut en je ziet er jaloersmakende optrekjes. Huis direct aan het water, steiger met zeilboot, kano op de kant. Pa op de motormaaier om het ruime gazon rondom het huis te doen. Moeders laadt de boodschappen uit de 4wheeldrive SUV. Hemels uitzicht over de baai, met om de hoek nog een glimp van de oceaan. En dat op een, opnieuw, zonovergoten dag. Tja, wat doe je dan? Dan stel je je voor hoe het hier in de winter met min 20 en een forse storm zal zijn, en dan rij je weer fluitend verder.

Lunenburg is een vissersdorp dat op de Unesco Werelderfgoedlijst staat. Het dorp is al in de 18e eeuw gesticht en een belangrijke factor geworden in de visserij. Zo belangrijk dat men er een aardige boterham verdiende en ruim bemeten huizen kon bouwen en onderhouden. We hielden ons hart vast, maar de Japanners waren er niet. Kennelijk te ver van het vliegveld van Halifax. Eigenlijk viel het toeristen gebeuren hoe dan ook erg mee en bleek het een heel aardig stadje te zijn met inderdaad heel goed bewaard gebleven huizen, kerken. haven en visverwerkingspanden. We dachten er een uurtje of zo door te brengen, het werden er zeker vier. Mede door een lekkere mossellunch en aardig visserijmuseum. Dat de vis duur betaald wordt bleek ook hier wel uit de lijst met namen van degenen die nooit terug gekomen zijn. Tegenwoordig gebeurt dat niet zo vaak meer, maar wat dacht je van 50 man in 1926 en 80 in 1927? Indrukwekkend dat een gemeenschap, die toen nooit erg groot geweest kan zijn, zoiets overleefd heeft! Aan het einde van de dag zijn we nog een paar uur verder gereden en staan we nu in de buurt van Truro.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen